Jezus en de Samaritaanse vrouw

Oriëntatie 

Jezus preekt veel en krijgt veel volgelingen en gelovigen om zich heen. De farizeeën en schriftgeleerden vinden dat maar niks. En zoeken Hem steeds op om te wedijveren met Hem. In deze geschiedenis besluit Jezus uit Judea te vetrekken richting Galilea. Er gebeurt veel in dit tekstgedeelte. Ik heb er voor gekozen om dichtbij de Samaritaanse vrouw te blijven in deze bijbelstudie en te kijken naar het gesprek tussen haar en Jezus.

Woorden en hun associatie

De worden die bij opvallen in deze tekst voor vandaag:

Water

Eerst is dat water. Dat doet me denken aan stromen, klotsen, veelheid. Het wijdse van de zee komt dan voor me als beeld. Maar ook behoefte en verkoeling. Soms zelfs in een kwestie van leven of dood. Het heeft een schoonheid, zuiverheid en helderheid. Als ik water in de rivieren denk dan komen er prachtige bergen met hun beken in me op. En water is niet vast te pakken, je kunt het niet verzamelen. Het vloeit en is glad. 

Drinken 

Dan zie ik het woord drinken. Bij dit woord komt er een soort rust binnen. Het is genieten. Het is even een moment van stil staan. Letterlijk, want je kunt niet drinken en tegelijk allerlei andere dingen doen. Drinken kun je ook alleen voor jezelf doen. Het genieten komt door dat drinken lekker is en verkwikt. Het lest de dorst die je zonet nog had. Het kan ook het tegengestelde zijn omdat dat wat je drinkt vies is. Je eerste reactie is dan: uitspugen! En niet al het drinken is wijs om tot je te nemen. Het kan bij alcohol ook dronkenschap met zich meebrengen.

Dan kijk ik naar eeuwigheid. Dat is iets wat niet te omvatten is. Als ik voor me uitstaar met dit woord in gedachten dan verliest tijd zijn grenzen. Het is groots en machtig. Als de eeuwigheid dicht bij God gezien wordt betekent dat licht en ruimte en een stralende omgeving. Zonder God is het echter een groot zwart gat en valt het idee dat tijd geen grenzen meet heeft als een zware last op mijn borst.

Alles / allemaal

Het woord alles allemaal heeft voor mij ook met grenzeloos te maken. Het is nog meer dat veel. Ook heeft het iets vaags in zich, het is niet concreet. Het maakt je naakt of juist helemaal vol. Vaak vind ik het een overdreven woord. Het bevat te veel. Het kan benauwen en opluchten tegelijk.

Redder

Redder is ook een woord waar ik naar wil kijken. Als ik daar aan denk ontstaat er iets dat te maken heeft met ’nodig hebben’. Je wordt niet gered van iets dat prima in orde is. Je wordt gered van iets dat niet deugt, van iets waar je vanaf wilt. Er is dus iets aan de hand dat je een Redder nodig hebt. Bij mij komt ook een gevecht van leven op dood in me op. Vastgrijpen. Het is iemand anders dan ik.

Wat me opvalt aan de woorden  en de associaties is dat er veel groots en uitersten zijn in deze tekst. Het water is ongrijpbaar en stroom als maar, de eeuwigheid grenzeloos zonder einde. Alles / allemaal is nog meer van veel. Redder springt er een beetje uit lijkt het wel. Dat lijkt een peiler tussen alles, een houvast om vast te grijpen.

Zinnen en hun focus

verschillende niveaus

Wat mij opvalt aan de zinnen is dat de focus eerst op twee verschillende niveaus ligt. Het ligt aan de ene kant aan de oppervlakte en aan de andere kant gaat het dieper. Er zijn veel zinnen met ’water’ en met ’drinken’. Dat is niet erg verwonderlijk omdat het gesprek zich afspeelt bij een waterput. Een zin die er voor mij uitspringt is: het zal opborrelen als een bron van eeuwig leven. Daar zit zoveel geweldige diepte in! Ik had bij mijn associaties bij water al ’stromen’ en ’klotsen’ genoemd. Voor mij komt dat in deze zin ook zo naar vormen. Er zit diepte en enorme kracht in.

Het woord water, wat ik verbind met stromen, golven, klotsen en kolken komt voor in wel zeven zinnen. Zonder dat de tekst saai wordt. Er zit juist nogal een snelheid in de tekst.

En het woord drinken wat ik verbind met rust, behoefte, alleen doen, lekker, niet iets anders tegelijk doen komt voor in maar liefst vier zinnen.

Taal en zijn functie

Wat opvalt is dat de tekst heel direct overkomt. Dat komt door de directe rede. Maar er is ook iets ingewikkelds in deze tekst doordat er behoorlijk wat beeldspraak gebruikt wordt. Dat vraagt om een vertaling. En je moet er doorheen kijken dat de vrouw de beeldspraak ook niet begrijpt. 

Vinger bij de boodschap

Het is een heel bekende geschiedenis. Het is daarom juist een uitdaging om er een via de taal naar deze geschiedenis te kijken. De woorden laten een enorme uitstraling van kracht en macht zien. 

Spraakverwarring 

Als ik dichter in de tekst kruip, dan zie ik ook een behoorlijke spraakverwarring. De Samaritaanse vrouw is het overduidelijk niet gewend om in beeldtaal te praten met elkaar. Jezus woorden hebben een diepere laag. Wij kijken tegen de achterkant van het verhaal in deze geschiedenis. Voor ons, mensen die al redelijk gewend zijn aan de manier waarop Jezus leert, kunnen dat wat Hij zegt wel begrijpen. We kennen de geschiedenis.

Maar het zet mij toch aan het denken. Wat zegt Jezus allemaal tegen mij wat ik heel plat vertaal? Ik bedoel daarmee: begrijp ik alle lagen van mijn leven eigenlijk wel? Heb ik het altijd door dat Jezus tegen mij aan het woord is? Mij wat zeggen wilt, mij wat wil leren? Nu ik dit zo lees en de tekst naar me toe haal, dringt het tot me door dat er natuurlijk ook zulke situaties te bedenken zijn in mijn leven.

En dan zie ik een liefdevolle Jezus die niet ophoudt, die de moed niet verliest. Hij denk niet laat maat zitten, ze snapt me toch niet. Nee, Jezus gaat net zo lang door met mij totdat het doordringt. Dat is nog eens een geweldige docent!

Honger en dorst

En dan ineens krijgt het gesprek een wending en gaat er compleet ergens anders over. Jezus verandert vanuit het niets van onderwerp. De vrouw krijgt een opdracht: ’Ga je man halen.’ Een pijnlijk onderwerp, want deze vrouw heeft al heel veel mannen gehad en leeft nu op een manier die niet klopt. We kunnen invullen hoe dat dan ging, maar dan raken we van het onderwerp af. De vrouw probeert het nog te omzeilen met een omleidend antwoord: ’Ik heb geen man.’ Of te wel: er valt niemand op te halen. 

Jezus weet dat allang. Doordat Jezus haar vertelt hoe haar leven in elkaar steekt wordt ze helemaal blij lijkt het wel. Ze eert Hem gelijk als een profeet. Het lijkt wel of er vanaf dat moment iets aangewakkerd is bij de vrouw of dat er een honger of dorst ontstaan is bij haar. En dat is nu juist wat Jezus bij ons op wil wekken. Honger en dorst naar de waarheid – naar Hem. En wanneer Jezus haar uitlegt dat aanbidding niet van plaats afhankelijk is maar van gesteldheid – aanbidden in Geest en Waarheid – dan staat de vrouw ineens heel dichtbij de ultieme openbaring. Ze weet dat de Messias komt om ons dat allemaal uit te leggen. En dat geeft Jezus de kans om ook heel direct te antwoorden: ’Dat ben Ik.’

Nieuwsgierig maken

Vanaf dat moment kan de vrouw alleen nog maar alles laten staan en haar vrienden en kennissen vertellen wat ze heeft meegemaakt daar bij die waterput. Ze gooit als het ware het hele intieme van het gesprek op straat. ’Ik heb iemand ontmoet die alles van me weet! Zou dat dan niet de Messias zijn?’

Ze kan niet anders dan het delen met anderen. Als je Jezus ontmoet hebt, dan kun je dat niet voor je houden. Dat wil je verder vertellen. De manier waarop is niet waarom het gaat. Ik doe het schrijvend, maar het kan ook vertellend of uitdelend. Het gaat erom dát je het niet voor je kunt houden. Ik vind het ook mooi om te zien dat de vrouw het bij zichzelf houdt. Ze gaat niet zelf als onderwijzer door de straten, maar ze maakt ze mensen nieuwsgierig met haar verhaal. Dat is denk ik ook de kracht die er in zit. 

Rust en aandacht

Dan nog even over dat water en dat drinken. Water, het levende water voor onze dorstige geest borrelt en stroom in eeuwigheid! Bij drinken heb ik geschreven dat jijzelf alleen dat kunt doen. Je kunt niet een ander voor je laten drinken om jouw dorst te lessen. Je zult dus zelf aan de slag moeten om bij God, Zoon en Geest jouw dorst te lessen, jouw honger te stillen.

En daarnaast had ik geschreven – je kunt niet drinken en tegelijk iets anders doen. Dan gaat of dat drinken of dat andere fout. Ken je dat? Snel een slok nemen terwijl je  ook nog iets pakt? Of blijven lezen terwijl je een slok koffie neemt? Vaak gaat dat op zijn kantje goed, maar veelal komen er ook vlekken van. daar bovenop gaat het ook nog eens allebei maar half. 

Geweldig om dit zo te ontdekken! Om tot Jezus – tot de Waarheid – te komen is er rust en aandacht nodig. Rust en tijd om het tot je door te laten dringen. Om er van te genieten, om er door verkwikt te raken. Voor eeuwig!

En daarna, na die verkwikking kun je het leven weer aan. De stad in en in je ontmoetingen uitdragen wat Jezus heeft gedaan met jou!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *